kunsthandel martins

figuratieve schilderkunst

anno 2018


henriette ronner-knip (1821-1909)

te_koop_aangeboden_een_kunstwerk_van_de_nederlandse_kunstenares_henriette_ronner_knip_1821-1909
Henriette Ronner-Knip (1821-1909) | 19e eeuw | Pastel | Beeldmaat: 58 cm. x 43 cm. | Titel: "honden op een sofa" | Taxatiewaarde: 5.500,= euro | Met echtheidscertificaat en taxatierapport

doe nu online een vrijblijvend bod!


Ronner-Knip, Henriette (1821-1909)

 

Beschrijving: 

Een schitterend en museaal kunstwerk te koop ( "honden op een sofa", pastel op papier) van de Nederlands/Belgische kunstschilderes Henriette Ronner-Knip (1821-1909). Heel mooi gelijst. Gesigneerd links onder. De afmetingen met lijst: 80 cm. x 65 cm. De beeldmaat is: 58 cm. x 43 cm. De algemene conditie van het kunstwerk is heel goed. Absoluut museum waardig! Het kunstwerk is te bezichtigen in onze kunsthandel en wordt geleverd met een echtheidscertificaat en taxatierapport.

 

Biografie:

Henriëtte Ronner-Knip (Amsterdam31 mei 1821 - Elsene28 februari 1909) was een Nederlands-Belgisch kunstschilderes gespecialiseerd in romantische dierschilderingen. Ze is vooral bekend door haar schilderijen van katten, die erg geliefd waren aan het eind van de 19e eeuw. Zij signeerde haar schilderijen na haar huwelijk met "Henriëtte Ronner".

Zij was het tweede kind van Josephus Augustus Knip (1777-1847), kunstschilder, en van Cornelia van Leeuwen (1790-1848) (zij woonde samen met Knip maar was niet zijn echtgenote; de echtgenote leidde een afzonderlijk leven en Josephus zou pas in 1824 van haar scheiden). Henriëtte Knip huwde op 14 maart 1850 te Amsterdam met Feico Ronner (1819-1883) uit Dokkum. Ze hadden zes kinderen: Marie-Thérèse (1851-1852), Alfred Feico (1852-1901), Edouard (1854-1910), Marianne-Mathilde (1856-1946), Alice (1857-1957) en Stéphanie-Emma (1860-1936).

Alfred RonnerAlice Ronner en Emma Ronner werden alle drie kunstschilder; Edouard Ronner werd advocaat.

Henriëtte Ronner-Knip woonde te Brussel op diverse adressen: Regenstschapstraat, 7 (ca. 1850-1854) (in 1852 vinden echter we ook de Karnemelkstraat in Sint-Joost-ten-Node als adres opgegeven), Rogierlaan 157 (ca. 1854-1856), Etterbeeksesteenweg 172 (ca. 1856-71), Maelbeekstraat (1871-1873), Verlaatstraat 19 (1873-1878), dan haar belangrijkste adres Vleurgatsesteenweg 51 (1878-1903), en ten slotte inwonend bij haar dochters in de Gachardstraat 43 (1903-1909).

De familie Knip telde in de twee generaties vóór Knip reeds tal van kunstschilders. Het lag dus voor de hand dat de kinderen in dezelfde richting georiënteerd werden en in die artistieke sfeer opgroeiden.

Knip verhuisde nog als baby met haar ouders mee naar 's-Hertogenbosch. In 1823 trok haar vader met zijn gezin naar Parijs om pas in 1827 naar Nederland (Vught) terug te komen. Inmiddels was hij blind geworden aan één oog.

Ondanks zijn zwak zicht verzorgde Knips vader, met ijzeren discipline, zelf de artistieke opvoeding van zijn dochter en die van haar broer August, en wel vanaf hun vijfde levensjaar. In 1833 verhuisde het gezin Knip na een kort verblijf in Den Haag, naar Beek (Nijmegen). Enkele jaren later ging het gezin terug naar ’s-Hertogenbosch en omstreeks 1840 ten slotte naar Berlicum (nabij ’s-Hertogenbosch). Gaandeweg nam Knip de zorg van de financiën en het huishouden op zich.

Wellicht bleef Henriëtte tot na de dood van haar moeder in 1848 te Berlicum wonen; daarna verhuisde ze naar Amsterdam. Te Beek, ’s-Hertogenbosch en Berlicum werkte Knip vooral naar de natuur : vee, huisdieren, hoeven, velden, bossen, e.d., eerst in potlood en aquarel en gaandeweg ook in olieverf. Haar eerste ernstig werkstuk ontstond in 1835 en werd uitgevoerd in samenwerking met haar broer August: “De boerderij van de Prins van Oranje nabij Tilburg”.

Vanaf 1836 stuurde ze met groot succes schilderijen in naar de salons: Noord-Brabantse landschappen, dorpsmarkten, hoevetaferelen, stallingen, scènes met huisdieren, vee, duiven, jachthonden en apen, alles in een romantische stijl. Voorbeelden daarvan zijn: “Wit poesje tuurt een hommel na bij het venster” (Düsseldorf, Salon 1836), “Het park te Heeze” (Amsterdam, Tentoonstelling van Levende Meesters, 1838), “Landschap met koeien en schapen” en “Landschap met meisje dat schapen en een geit hoedt” (Antwerpen, Salon 1840).

In 1850, kort na hun huwelijk, verhuisden Henriëtte Knip en haar man Feico Ronner naar Brussel, Regentschapstraat 7 in Sint-Joost-ten-Node, het eerste van een hele rij Brusselse adressen. Feico zorgde voor de zaken en regelde de geldzaken en de briefwisseling.

Henriëtte Ronners verhuizing naar Brussel valt ongeveer samen met een duidelijke verenging van haar onderwerpskeuze: zij legde zich voortaan voornamelijk toe op taferelen met hondenkarren, honden en -later - salonpoezen. Voorbeelden zijn: “De dood van een vriend”, een groot doek van 180 bij 250 cm met de sentimentele voorstelling van een dode trekhond (Brussel, Salon 1860); “De mens en zijn vrienden” en “Jachthonden” (Antwerpen, Salon 1861).


Knip was tegelijk een gereputeerde portrettist van honden en poezen en vereeuwigde als dusdanig de schoothondjes van koningin Maria Hendrika en van Maria van Hohenzollern-Sigmaringen, gravin van Vlaanderen.Haar beroemde taferelen met langharige poezen in burgersalons ontstonden meestal pas na 1870. Het zijn vooral deze taferelen met hun fenomenale textuurweergave en hun anekdotisch karakter, die Henriëtte Ronner haar blijvende roem bezorgden. Die poezen scènes zijn eerder accessoirestillevens, verlevendigd met lieve, speelse poezen en kattenjongen.

Aan haar tijdgenoot, de kunstkenner J. Gram, danken we enige gegevens over haar levenswijze op latere leeftijd, toen ze reeds aan de Vleurgatsesteenweg woonde. In de grote tuin achter haar huis hield ze tal van (jacht)honden, poezen en een papegaai in speciaal ingerichte verblijven. Geregeld werden de dieren naar het atelier gehaald om te poseren, hetzij vrij rondlopend, hetzij geplaatst in een glazen kooi. Eens de voorstudies met de gewenste poses voorbij, zette Knip de contouren van de dieren om in grove papieren sculpturen en ze zette die op de gewenste plaatsen in de montage voor het schilderij, die meestal uit antieke meubels, gedrapeerd textiel en allerlei antiquiteiten bestond. Ook hield ze een inventaris van haar productie bij in de vorm van kleine waterverfschetsen, die een soort “Liber Veritatis” van haar oeuvre vormen. Haar persoon deed Gram aan de musicus Franz Liszt denken: een mannelijk type met fel-witte haren en een zware stem.

Knip had heel wat succes op de driejaarlijkse “salons” in België en de Tentoonstellingen van Levende Meesters in Nederland, maar ook in alle grote Europese, Amerikaanse en Australische steden. Ze ontving heel wat zilveren en gouden eremetalen; ze werd in 1887 ridder in de Leopoldsorde en in 1901 ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Er zijn schilderijen bekend waarin Knip samenwerkte met de Belgische kunstenaar David Col (1822-1900).

Ter illustratie enkele titels van saloninzendingen : “Gelukkige familie” (Antwerpen, 1855); “Een verhuis” (Antwerpen, 1858); “De mens en zijn vrienden” en “Jachthonden” (Antwerpen, 1861); “Vos in het kippenhok” en “Hondenspan” (Antwerpen, 1873); “De schilderschool” en “Jacht in de Kempen“ (Gent, 1880); “Schaak en mat” en “Waar kan men beter zijn” (Gent 1883); “De indringer” (Antwerpen, 1888); “Een invasie” en “Het wachten” (Gent, 1889); “Schelmen” (Antwerpen, 1894).

De ouderdom bracht enige vieringen mee: zo richtte de Rotterdamse Kunstkring in 1886 een solotentoonstelling met 80 werken in n.a.v. haar 65e verjaardag. De Fine Arts Societyin Londen volgde in 1890 met een retrospectieve met 113 werken, “Paintings of the Animal Life by H. Ronner”. In 1898 had ze een dubbeltentoonstelling met dochter Alice Ronner in de Kunsthandel Oldenzeel in Rotterdam. Ook in het prachtige lokaal van de Cercle Artistique aan de Antwerpse Arenbergstraat, had zij een tentoonstelling samen met dochter Alice (nà 1894).

C. Raaphorst (1875-54) was de bekendste schilder die hetzelfde genre als Henriëtte Ronner beoefende. Ook Ch. Vandereycken jr., Louis-Eugène Lambert en A. Brunel de Neuville beoefenden een gelijkaardig genre, net als M. Seymour Lucas in Engeland en Wilhelm Schwar in Duitsland.

Kunstschilder Marcel Jefferys (1872-1924) was een leerling van Knip en haar dochter Alice Ronner.

Na haar overlijden te Elsene in 1909 werd Knips atelier geveild in Pulchri Studio te ’s-Gravenhage (8-9 maart 1911) en bij Frederik Müller & Cie te Amsterdam (21 oktober 1919). Deze veilingen omvatten niet alleen werken van Knip zelf (olieverfschilderijen, voorstudies, tekeningen e.d.), maar ook werken van haar vader, broer en tante.

 

Biedingen zijn welkom: Kunsthandel Martins anno 2018 is een modern bedrijf en is derhalve ontvankelijk voor serieuze biedingen op onze kunstwerken. Met het biedformulier (zie informatie) kunt u vrijblijvend een serieus bod uitbrengen op een door u geselecteerd kunstwerk. Wij zullen uw bod dan serieus overwegen. Uw bod wordt pas definitief na uw akkoordverklaring op ons acceptatie-voorstel. U krijgt bij het uitbrengen van een vrijblijvend bod altijd (binnen 24 uur) antwoord.

 

 

Ronner-Knip, Henriette (1821-1909)

€ 5.500,00

  • 10 kg
  • Beschikbaar
  • Levertijd: 3-5 dagen1